Cellenbetonblokken plaatsen: 7 fouten die je wilt voorkomen

Een wand netjes afwerken met stucwerk is één ding. Maar wat als je al tijdens het bouwen zorgt voor een zo strak mogelijke ondergrond?

Cellenbeton is relatief eenvoudig te verwerken, maar dat betekent niet dat een strakke wand vanzelf ontstaat. Een kleine afwijking onderaan kan bovenaan een stuk duidelijker zichtbaar worden.

Dit zijn zeven punten om tijdens het plaatsen extra op te letten.


  1. Te snel beginnen
    Controleer eerst de ondergrond en bepaal nauwkeurig waar de wand moet komen.
  2. De eerste laag niet nauwkeurig genoeg plaatsen
    De eerste rij vormt letterlijk de basis. Controleer deze daarom extra zorgvuldig.
  3. Alleen aan het einde controleren
    Controleer niet pas wanneer meerdere lagen staan. Tussentijds meten maakt corrigeren eenvoudiger.
  4. Kleine afwijkingen negeren
    Een paar millimeter lijkt misschien weinig, maar afwijkingen kunnen zich verder doorzetten tijdens het bouwen.
  5. Alleen verticaal controleren
    Een wand moet niet alleen loodrecht staan. Kijk ook naar de onderlinge aansluiting en vlakheid van de blokken.
  6. Te laat corrigeren
    Hoe eerder je een afwijking ziet, hoe eenvoudiger deze meestal nog te herstellen is.
  7. Geen hulpmiddelen gebruiken voor het onderling uitlijnen
    Met MultiClips® en spieën kun je tijdens het plaatsen extra controle creëren over de positie van de cellenbetonblokken. Zo pak je een mogelijke afwijking aan terwijl je nog aan het bouwen bent.

    Een goed eindresultaat begint uiteindelijk niet bij het stucwerk, maar bij nauwkeurig bouwen vanaf het eerste blok.